Fraser island

Fraser island is een zandeiland (net als onze waddeneilanden?), het is het grootste zandeiland op aarde. 98% ervan is beschermt en is een grote toeristenattractie geworden.

Zo goed als alle wegen zijn onverhard en zijn dus zandpaden, zonder 4×4 kan je daar niet op rijden. Het strand aan de oostkant is 70 mijl lang en is 1 grote zandsnelweg (naast auto’s gebruiken ook vliegtuigjes het strand als airstrip).

Op het eiland heb ik voor het eerst wilde dingo’s gezien. Verder hebben we in enorm heldere zoetwatermeren gezwommen, door de binnenlandse bossen gewandeld en een scheepswrak bezocht.

Platypus

Ik heb al een aantal keer geprobeerd om één van de merkwaardigste dieren van Australie, de Platypus (vogelbekdier), in het wild te zien. Tot vandaag was me dat niet gelukt. Na rond vragen kwam ik er achter dat de beste plek om ze te zien het Eungella nationaal park is. In dat park ligt de rivier ‘Broken river’ en daar zouden ze in zitten.

Het vogelbekdier houdt, net als veel Australische dieren, niet van de zon. De beste tijd om ze te zien is daarom zonsondergang of zonsopkomst. Ik kwam te laat in het park aan om ze bij zonsondergang te zien, dus moest ik vroeg op (4:00). Gelukkig was dat het meer dan waard, er waren daar een hoop Platypussen te zien. Ik heb zo’n 3,5 uur naar ze staan kijken.

Ze op de foto zetten is niet makkelijk, bij zonsopkomst is er nog niet veel licht, ze zijn niet erg groot en ze zijn erg snel. Dit alles maakt een foto maken nogal lastig. Voor de fotografen, bekijk de exif info bij de fotos maar eens.

Whitsundays

600km onder Cairns liggen aan de kust 74 eilanden. De meest populaire manier om deze te bezichtiggen is op een zeiltrip. Ik heb een 3 daagse trip gedaan. Het schip was een omgebouwde racer van ongeveer 17 meter. Het gezelschap bestond uit 10 vrouwen en 4 mannen.

De tocht was erg indrukwekkend. Naast zeilen (jammer genoeg was er niet enorm veel wind) hebben we gesnorkeld en over de eilanden gewandeld. Eén van de wandelingen ging naar Hill inlet, zonder twijfel de mooiste baai (meelfijn wit strand met straal blauw water) die ik tot nu toe gezien heb.

De zon was eigenlijk de enige spelbeker. De whitsundays liggen op 20 graden zuiderbreedte, binnen de keerkringen. Dat wil zeggen dat de zon tot de maximale 90 graden boven de horizon kan komen. Daardoor was er niet veel schaduw op de boot te vinden. De beste tijd om het noorden van Australie te bezoeken is eigenlijk in hun winter.

Great Barrier Reef

Alweer een werelderfgoedgebied.. Ik had in gedachten om hier een duikbrevet te halen. Omdat niet iedereen zo overtuigend was van het nut daarvan ben ik op een snorkeltrip naar het rif geweest. Ook hier kan je weer uit 10-tallen trips kiezen, ik had gekozen voor een dagtrip met in totaal 5 uur snorkeltijd op 3 verschillende plekken  (Silverswift, erg goed vezorgt allemaal).

Op de plekken die we bezocht hebben lag het koraal maar een meter onder het oppervlak, prima voor snorkelen dus. Jammer genoeg had ik geen onderwater camera. Ik heb er hele grote schilpadden, haaien, veel kleuren koraal en 1000-en vissen gezien. Erg mooi allemaal.

Wet Tropics

Wet Tropics is de naam voor een gebied in het noord-oosten van Australie, het is al het 6e werelderfgoedgebied wat heb bezocht op deze trip. Binnen de ‘Wet Tropics’ ligt het Daintree National Park, o.a. dat heb ik bezocht.

De weg van Cairns naar het noorden heet niet de ‘Great Ocean road’, maar was op sommige stukken zelfs mooier dan de ‘Gr. Ocean Rd.’.

In de Daintree heb ik weer een hoop dingen voor het eerst in het wild gezien. Het gebied staat op de werelderfgoedlijst omdat de biodiversiteit er zo groot is (zoek de statistieken maar eens op), ik heb maar een klein percentage daarvan gezien.

Outback

In plaats van zelf alle bezienswaardigheden te gaan bezoeken heb ik er voor gekozen om met een georganiseerde tour mee te gaan. Er zijn hier letterlijk 10-tallen touroperators, ik ben met Wayoutback gegaan. Ze doen het net een tikje anders dan de rest, ze hebben een degelijke 4-wiel aangedreven truck waarmee ze op de rustiggere plekken kunnen komen.

We begonnen met een groep van 15 (incl. 1 gids). Hiervan deden er 7 (waaronder ik) de 5 dagen tour, de rest haakte na 2 nachten af. De tour was primitief kamperen, we sliepen in ‘swags’ een canvas zak met op de bodem een matrasje. Daarin leg je een slaapzak (althans dat is de bedoeling, maar daar was het te warm voor), je hoofd ligt dus gewoon in de buitenlucht (daar waar alle enge dieren ‘s nachts vrij rondlopen 🙂 ). Met bril op was de nachthemel als dak geweldig, jammer dat ik die bril af moet doen om te slapen. Tijdens de tour heb ik alle zonsondergangen en zonsopkomsten wakker mee gemaakt, ze proberen zoveel mogelijk te doen in de ochtend want dan is het nog koel (dus om 4:00 op!).

De groep bestond voornamelijk uit stellen, de meeste in de 20, maar er was ook een echtpaar van rond de 55 (die waren erg humoristisch). De meeste waren nogal onder de indruk van alle gadgets die ik bij me had. Mijn kampeeruitrusting bestond uit 2 camera’s (waarvan 1 een dslr met panorama uitrusting), gps logger, Nokia N800, mobiel en een zonnepaneel om dit alles van stroom te voorzien. Dit alles heeft erg goed gewerkt in de droge, stoffige, hete outback.

We hebben zoveel mogelijk van de touristische attracties bezocht in de 5 dagen en daar veel gewandeld (tip: neem iets mee tegen vliegen!). Op dag 4 zijn we niet naar een touristische attractie geweest, maar zijn we op bezoek bij een aboriginal geweest. Zijn groep probeert een balans te vinden tussen het moderne leven en zijn originele kultuur, dit was een welkome afwisseling van het bezichtigen van alle bijzondere natuurverschijnselen in de outback.

The Ghan

Het stuk van Adelaide naar Alice Springs heb ik met de trein afgelegd. De trein doet er 27 uur over om Alice Springs te bereiken, dat betekend een nacht aan boord. Ik had voor een cabine met bed gekozen. Elke cabine heeft twee beden (boven elkaar), ik had een australier als kamergenoot.

De meeste tijd heb ik in de restauratiewagon doorgebracht, waar iedereen een beetje met elkaar zit te praten. Gelukkig waren de meeste mensen aan boord Australiers.

De trein maakt onderweg een tussenstop van 1,5 uur. Tijdens deze stop heb ik voor het eerst Aboriginals gezien, degene die ik tot nu toe gezien heb zijn niet ver verwijderd van zwerfers. Nergens heb ik een Aboriginal gezien die onderdeel van de westerse samenleving uitmaakt. De ‘blanken’ zijn over het algemeen ook niet echt positief over de Aboriginals die in de steden wonen.

Aan boord van de trein moest ik voor de 4e keer deze reis al mijn klokken verzetten en dat terwijl ik niet eens door een tijdzone ben gegaan. In het noorden doen ze namelijk niet aan zomertijd en in het zuiden wel.

Adelaide

Mijn autotje heb ik in Adelaide ingeleverd, ik heb er 4600km mee gereden in 20 dagen. Van hier ga ik met de trein naar Alice Springs (27 uur).

Ik heb nog een dag in Adelaide doorgebracht, ze hebben hier een museum met, wat ze beweren, de grootste verzameling Aboriginal voorwerpen. De voorwerpen zijn redelijk primitief, wat er wel bijzonder aan is dat zo goed als elk voorwerp zeer gedetaileerd gedecoreerd is.

Glenelg

Eigenlijk was ik van plan om naar Adelaide te gaan,maar ik had meer zin in strand. Daarom ben ik naar Glenelg gegaan. In mijn lonely planet stond echter niet dat half Adelaide in het weekend hierheen afreist.

Toen ik de volgende ochtend naar mijn auto ging bleek daar een bon op te zitten. Ik had mijn auto verkeerd om in het parkeervak gezet! Morgen maar eens kijken of ik de domme toerist kan uithangen. En gelukt! Dat scheelt weer een paar dollar.

Mt Gambier

Na de grampians ben ik naar Mt Gambier gereden, de hoofdattractie hier zijn een aantal vulkaanmeren. Waarvan 1 er enorm blauw is. Verder hebben ze er een ingestorte grot waar een tuin in is gemaakt en waarin tamme ‘possums’ leven.

De nacht heb ik doorgebracht in een gevangenis. Die was nog zo goed als in originele staat.